Vamorgen horloge gepakt:
staat stil. Kapot.
Niks meer aan te doen.
Op het balkon gezeten.
Broodje kaas gegeten.
Poes gestreeld.
Geraniums water gegeven.
Radio aangezet. Gewenst
dat niet alleen mijn horloge
maar ook deze dag
stil zou blijven staan.
Als ‘s morgens het licht
door de gordijnen dringt
smelten je laatste dromen.
Er klinken geluiden
uit de achtertuinen
een buurman stapelt stenen
een rammelende kettingkast.
Het is vandaag de eerste dag
om met iets te beginnen
waar niemand aan begon.
Wat we willen:
Momenten
Van helderheid
Of beter nog: van grote
Klaarheid.
Schaars zijn die momenten
En ook nog goed verborgen.
Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel.
De kunst is zo te leven
Dat het je overkomt.
Die klaarheid, af en toe.
De ochtend raakt je aan in licht
en nauwelijks merkbaar gapen.
Ik stop je in gedicht
omdat ik wil bewaren
je adem en zoals je ligt nog
eventjes wilt slapen.
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.
Ik zou je het liefste in een doosje willen doen
en je bewaren, heel goed bewaren.
Dan zou ik je verzekeren voor anderhalf miljoen
en telkens zou ik eventjes het deksel opendoen
en dan strijk ik je zo zachtjes langs je haren.
Dan lig je in de watten en niemand kan erbij,
geen dief die je kan stelen, je bent helemaal van mij.
Ik zou je het liefste in een doosje willen doen
en dan telkens even kijken,
heel voorzichtig even kijken
en dan telkens even kijken
en een zoen.